Het volledige artikel is te lezen in Donau 2009/02.
Zo liep de angst en het wantrouwen tussen Hongarije en Slowakije opnieuw op tot het kookpunt. Het Slowaakse parlement besliste over een nieuwe taalwet, die volgens Boedapest de circa half miljoen ethnische Hongaren in het land discrimineerde. Volgens die wet kan een ieder in overheidsdienst veroordeeld worden tot € 5.000,- boete als diegene in een minderheidstaal burgers te woord staat. De verhoudingen raakten zo verstoord, dat Slowakije de Hongaarse president László Solyom op 21 juli de toegang tot het land ontzegde. Een paar weken later toonden beide landen zich toch volwassen leden van de Europese Unie door een overeenkomst te sluiten om de politieke en ethnische strubbelingen te stoppen. Hierbij schonk men tevens aandacht aan de positie van de Roma-minderheid, die aan beide zijden van de grens recentelijk het slachtoffer is van aanvallen door extremisten, in enkele gevallen zelf met een dodelijk afloop.
Iets zuidelijker kwamen twee kemphanen eveneens tot een betere verstandhouding. Slovenië besloot om het grensgeschil met buurland Kroatië buiten de toetredingsonderhandelingen van Kroatië met de EU te houden. De nieuwe Kroatische premier Jadranka Kosor kwam dit ruim een maand na haar aantreden overeen met haar Sloveense collega Borut Pahor. Volgens Zweden, de huidige voorzitter van de EU, kan er nu snel verder worden gesproken over toetreding van Kroatië. Het land hoopt uiterlijk in 2011 bij de EU te komen.
Zover zijn Griekenland en Macedonië nog niet, al is ook in de naamskwestie voorzichtig vooruitgang te bespeuren. Sinds juli zitten beide landen weer met elkaar aan de onderhandelingstafel onder aanvoering van VN-bemiddelaar Matthew Nimetz. Hoewel weinig informatie uitlekt, lijkt een compromis in de maak. Helaas heeft het proces vertraging opgelopen door vervroegde parlementsverkiezingen bij de Grieken. De huidige oppositie heeft beloofd bij winst het geschil met Macedonië zo snel mogelijk te willen oplossen. De vervroegde verkiezingen zijn volgens premier Kostas Karamanlis nodig om met een hernieuwd mandaat de rampzalige financiële situatie in het land het hoofd te kunnen bieden. Het was sowieso een desastreuze zomer voor de Grieken en niet alleen vanwege de bosbranden rond Athene. Er was onenigheid met Turkije over de vermeende schending van het luchtruim door Turkse vliegtuigen en een Duitse rechter weigerde voor de tweede maal een asielzoeker terug te sturen naar het mediterrane land. Volgens de rechter kan de man in Griekenland namelijk geen eerlijk proces worden gegarandeerd. Positief nieuws was er wel voor Macedonië, dat door de Wereldbank in de mondiale top-10 van landen met de beste en snelste economische hervormingen werd geplaatst.

Ongetwijfeld het belangrijkste nieuws voor inwoners van Servië, Montenegro en Macedonië is dat zij vanaf 1 januari zonder visum in de EU mogen reizen. Dit betekent het einde van een jarenlang isolement voor de inwoners van deze landen, voor wie de kosten, eisen en bureaucratie voor het verkrijgen van een visum vaak te hoog gegrepen waren. Hoewel alleen Macedonië voldeed aan de eisen voor visa-liberalisering, maakte Brussel een dit gebaar van goede wil richting Servië en Montenegro om hen zo ertoe aan te zetten vaart te maken met de resterende hervormingen voor toetreding tot de EU.
In EU-lidstaat Bulgarije vonden er in juli reguliere verkiezingen plaats. Boiko Borisov won met zijn rechtse Gerb-partij en mag zichzelf de nieuwe premier van het land noemen. Borisov belooft de corruptie in het land uit te roeien. Zijn tegenstanders vinden hem een olifant in een porseleinkast en vrezen zijn niet van racisme gespeende opvattingen. Zijn directe stijl heeft hem desondanks populair gemaakt en leverde hem veertig procent van de stemmen op, wat neerkomt op 116 van de 240 zetels. Hij kreeg in september een verdere steun in de rug toen de EU besloot de laatste bevroren tegoeden aan Bulgarije uit te keren. (Een portret van Borisov en het gesteggel met EU-fondsen vindt u verder uitgediept in twee Actueel-artikelen.)
In Albanië werd in juni de zittende premier Sali Berisha herkozen. Zijn Europees-georiënteerde Democratische Partij won de helft van de 140 parlementszetels (zie het Actueel-katern voor de achtergronden van de verkiezingen). Albanië kwam verder in het nieuws vanwege de arrestatie van de veroordeelde moordenaar Dritan Dajti, waarbij vier agenten werden gedood. Premier Berisha kondigde daarop een dag van nationale rouw af. Diezelfde Berisha sprak zich afgelopen zomer openlijk uit voor het homohuwelijk. Hiermee verraste hij vriend en vijand, aangezien er nauwelijks een actieve homobeweging in het land is. Intussen weten steeds meer toeristen het land te vinden. Dit jaar waren het er zo’n twee miljoen: een stijging van meer dan 40% vergeleken met vorig jaar. Albanië lijkt steeds meer een volwaardig lid van de Europese familie te worden.
(...)
Het volledige artikel is te lezen in Donau 2009/02.