Redactioneel

De geo-politieke veranderingen die volgden op de implosie van het Sovjetimperium schiepen ruimte voor een nieuw debat over de grenzen van en binnen Europa. Het traditionele idee van een opdeling in Oost en West behoort inmiddels definitief tot het verleden. Geen land of regio wenst zich nog te afficheren als behorend tot ‘Oost-Europa’. En zo is het plotseling erg druk geworden in ‘Midden-Europa’ dat geldt als een handig alternatief en aansluiting bij het Westen lijkt te garanderen. Grenzen van staten zijn sinds 1989 ter discussie gesteld en soms zelfs verdwenen – zie Tsjechoslowakije en Joegoslavië.
Historische breuken dwingen tot een nieuwe zelfbepaling. Wie zijn we eigenlijk? Waar horen we? Het zijn interessante, maar tevens ingewikkelde en gevaarlijke vragen. Iedere nieuwe grens leidt immers onherroepelijk tot nieuwe vormen van in- en uitsluiting. Zeker in een regio als Zuidoost-Europa waar vele volkeren verspreid leven die alle wel een historisch onderbouwde reden hebben om ontevreden te zijn over het toegemeten territorium. Een conflict ligt al snel op de loer en etnische zuiveringen zijn hier geen onbekend verschijnsel.
Dienen we daarom vooral bevreesd te zijn omtrent verdere regionalisering? Kan het wellicht niet leiden tot grotere samenwerking over de bestaande nationale grenzen heen? Biedt het geen mogelijkheden om de politieke betrokkenheid van de bevolking te versterken en tegenwicht te bieden tegen groeiende bemoeienis vanuit Brussel? Naar aanleiding van het congres “Regions in Europe”, dat Platform Spartak afgelopen mei in Maastricht organiseerde, laten verschillende auteurs in dit Donau-nummer hun licht schijnen over de regionalisering (anderen spreken liever van Balkanisering) van dit deel van Europa.
De redactie van Donau